Bewapening

De bewapening vormt de sleutel tot de gevechten. Deze bestaat uit:

 

De artillerie

Een ‘nog nooit vertoonde’ vuurkracht. De middelen van de Duitsers waren voornamelijk besteed aan artillerie. Over een breedte van 13 kilometer waren 1400 vuurmonden opgesteld, waaronder bijna 700 kanonnen en zware mortieren, om te zorgen dat het Duitse leger zonder moeite door de Franse linies zou kunnen breken. Deze artillerie kwam uit Rusland en uit de Balkan. De Franse artillerie kon hier maar zo’n 280 stukken van een lichter kaliber tegenoverstellen, waaronder de beroemde 75 mm kanonnen. Naar schattingen zijn op dit slagveld meer dan zestig miljoen granaten afgevuurd.

In de kleine driehoek gevormd door Brabant, Ornes en Verdun ontploften op 21 februari 1916 binnen een paar uur tijd een miljoen granaten. Het bombardement was zo hevig dat de trilling van de grond bij het Lac Noir in de Vogezen, 200 kilometer ervandaan, duidelijk waar te nemen was.

 

Getuigenis van de reservekolonel Jean Créhange

«Er is geen voorstellen van te maken. De atmosfeer, de rook, de granaten van alle afmetingen, dag en nacht, de granaatkraters – de enige schuilplekken – gevuld met water en modder, de lijken, de gewonden, de waanzin. Tijdens de spervuren schoten de kanonnen drie tot vier minuten lang in een tempo van vijftien schoten per minuut. Langer niet want dan smolten de kanonnen, die steeds met water werden begoten. Je werd er haast krankzinnig van, vierentwintig uur lang in zo’n heksenketel op non-actief, nog geen 300 meter achter de linies. Op een dag voegde ik me bij de artillerie-eenheid, verscholen achter een heuveltje. De Duitse gasgranaten kwamen in zó’n ononderbroken stortvloed aanzetten, met een permanente siddering van de lucht, dat ik het gevoel kreeg dat ik mijn arm maar had op te steken om te worden meegevoerd.».

Mitrailleurs

Dit zijn de nieuwe automatische wapens op het slagveld. Ze vuren meer dan driehonderd schoten per minuut en maaien vijandige soldaten neer als korenhalmen in een veld.

 


 

De vlammenwerper

Dit wapen, veel ingezet bij bestormingen en ‘opruimingen’ van loopgraven, verbrandt de mensen, die onder gruwelijke pijnen bezwijken.

 


 

Gassen

De eerste aanwending van gifgas vond op 23 april 1915 in de buurt van Ieper plaats. Het Duitse leger stuurde vanuit gasflessen waaraan buizen waren bevestigd een gloorwolk op de Franse linies af. Deze aanval leidde tot 5000 doden en 15.000 vergiftigden.

Later werd deze methode verbeterd (toepassing van gasgranaten en gasbommen). Naar schatting hebben de gassen tijdens de Eerste Wereldoorlog 1.360.000 slachtoffers geëist (waaronder 91.000 doden). De gifgasslachtoffers gingen nog lange tijd gebukt onder de restverschijnselen van de vergiftiging (ademhalingsproblemen, hartinsufficiëntie...). Aanvankelijk bestond de bescherming van de soldaten uit eenvoudige windsels, pas in 1916 deed het gasmasker zijn intrede.

 

Getuigenis van L. Lapouge

« Op de avond van 22 juni, vlakbij de Abri des Quatre cheminées, werd ik verrast door een ongebruikelijke luwte in het lawaai; ik beklom de trap van mijn bunker... Duizenden granaten vlogen door de lucht en spatten traag uiteen met een omfloerst geluid... De Duitsers besproeiden ons met chloorgas. De Uitkijken schreeuwden het gifalarm. Spartelend en brullend onder een verscheurende hoestbui rolde een jager tegen mijn benen aan. Deze giflancering duurde zes uur en wij wachtten in stilte, beklemd onder onze maskers, terwijl we ons angstig afvroegen hoe lang deze bescherming doeltreffend bleef. Aan de voet van de hellingen onderhielden wij vuren om het gas te verdrijven en ik zal nooit het beeld vergeten van die druk bewegende naargeestige figuren met hun groteske duikerkoppen, uitvergroot in het schijnsel van de vlammen... wier stemmen mij gedempt en uit de verte, als van gene zijde bereikten.

Mannen die onderweg waren verrast moesten halt houden en lange uren wachten... De zwaar gewonden die in de bunker lagen, raakten allemaal vergiftigd... de ongeluksvogels die, hetzij uit zorgeloosheid, hetzij van pure zenuwen, hun masker niet goed hadden aangebracht bezweken onder onuitsprekelijke folteringen. Niets zo kwellend als deze doodsstrijd! Ik zag marmerkleurige gezichten met monden die roze schuim kwijlden, vertrokken in een wanhopige kramp, verbeten vingers die borstkassen bewerkten, ik hoorde gruwelijke hoestaanvallen, en gesteun, en hees hanengekraai begeleid door stromen bloed dat meekwam over ontkleurde lippen.»

COMITÉ DE LA VOIE SACRÉE ET DE LA VOIE DE LA LIBERTÉ - 1 avenue du Corps Européen - 55100 Fleury-devant-Douaumont - Tél. 03 29 84 35 34 - Fax : 03 29 84 45 54
© 2017 .